Ik heb lang in de veronderstelling verkeerd dat ik niet aan alle trends hoefde deel te nemen. Ik heb geen tik-tok account, of snapchat en ik ben een sociale media – null. Prima, ik houd van rennen in het bos. Maar nu ik een nieuwe baan zoek in dit tijdsgewricht blijkt dit toch iets achterhaald. Mijn online absentie levert mij in ieder geval geen netwerklikes op. Ik heb de golf niet gepakt. Dit inzicht brengt me terug naar het begin van mijn onderwijscarriere.
In mijn eerste afstuderen (2011) waren er pleidooien voor mediawijsheid in onderwijs omwille van bewustzijn van tal van maatschappelijke processen die in dynamiek voor een nieuwe (digitale) samenleving zouden zorgen. (leestip; de vijf i’s van Paul Schnabel) Het lijkt er echter op dat mijn fascinatie over het onderwerp is blijven hangen in het lezen erover – niet het meedoen eraan.
Zouden komende generaties nog wel knikkeren op straat? Angst voor- en weerstand tegen de snelheid van ontwikkelingen werden afgewisseld met programma’s vol kansen en potentie. Waarschuwende publicaties over fysiologische verschijnselen bij excessief mediagebruik volgden paradoxaal op de enorme toename van digitale onderwijstools. Èèn ding was zeker: de trein was niet te stoppen. Maar, zoals het elke ontwikkeling betaamt, werden er in de voorhoede van de tendens al apps voor schermtijd ontwikkeld.
Ik weet nog hoe makkelijk ik me neerlegde bij -de komst van- web 2.0 en zocht naar kansen voor onderwijs. Ik koppelde in mijn scriptie mediawijsheid aan een andere opdracht voor onderwijs: burgerschapsvorming.
Beide zijn – als je het mij vraagt- teveel aan bestaande kapstokjes gehangen en hebben niet geleid tot een substantiële plek of liever; hervorming van onderwijs. In plaats van aandacht te vestigen op onderwerpen die samenhangen met (digitale) identeitsvorming, (welke een uiterst complexe reflexiviteit in de hand werkt omdat beeldvorming niet stopt als het beeldscherm uitgaat -als het al uitgaat-) participatie en sociaal gedrag, kwamen er ipads in de klas en digitale leermethodes. Inmiddels zijn onze leerlingen erin bedreven de kwalificerende norm halen met de inzet van Chat GPT. Enkele scholen stappen over in het juist aanleren van het schrijven van prompts. Laat het denken maar aan computers over.
Er is geruime tijd geen verantwoordelijkheid genomen voor regulering en handhaving door beleidsmakers. Het gebrek aan begeleiding bij online gedrag, in een digitale wereld die evenwel dystopisch als utopisch uitpakt heeft ertoe geleid dat beide opdrachten zijn ingehaald door hun relevantie.
De vraag die eraan ten grondslag ligt blijft natuurlijk: Wie bepaalt tot welk doel we de jeugd willen opleiden. Vormen we naar de wereld, of voor de wereld en welk of wiens ideaal bepaalt eigenlijk de strategie?
Moet de dominante kwalificerende cultuur in onderwijs niet meer ruimte maken voor vraagstukken die passen bij nieuwe vragen rondom persoonsvorming en socialisatie? Moeten we ons in een tijd van continue input niet verdiepen in onze verantwoordelijkheid. Hoe lukt het ons te socialiseren als een deel van de taak wordt overgenomen door een feed met een achterliggend algoritme? En nu AI agents ons de maat nemen, mag die vraag dan eigenlijk wel beantwoord worden door een generatie die geen onderdeel is van de wereld van de komende generaties?
Is burgerschapsvorming verworden tot een vleeskeuring zonder vormingsideaal? Leren we mensen iets te worden of leren we hen iets te zijn? De mens neemt zichzelf de maat. En de mens meet graag. In een tijd waar effectbejag en schaalvergroting domineren, moet de metende mens zijn werk uitbesteden aan nullen en enen. Een script kan echter geen bezieling meten, dat blijf mensenwerk.
Plots is mijn feed gevuld met artikelen over het alomtegenwoordige AI. Ik wil er graag meer over lezen. Iemand een leestip?